De moderne wetenschap, atheïstisch of theïstisch?

 

Door Farid Gabteni 

 

Kunnen wij geloven zonder goedgelovig te zijn? Het gaat hier om een terugkerende kwestie in het Westen, waar men gewoon is om geloof en rede tegenover elkaar te zetten. Toch zal het aan een oplettende lezer niet ontgaan dat deze scheiding tussen geloof en intelligentie eigen is aan de westerse cultuur. In geen enkele andere beschaving heeft het zulke proporties bereikt. In geen enkele andere cultuur is het synoniem van religie obscurantisme, dat wil zeggen de ontkenning van de mogelijkheid van de mens om zelf af te wegen en te oordelen.
De grondslag van dit denken ligt in de achttiende eeuw, de Verlichting. In deze tijd zetten intellectuelen en filosofen een enorme emancipatiebeweging in gang tegenover kerkbesturen, resulterend in een verminderde invloed van religie op de intellectuele sfeer; in feite een ongekende revolutie in de geschiedenis van de mensheid, waarvan de culturele consequenties drie eeuwen later nog merkbaar zijn.
Deze periode wordt slechts zelden kritisch benaderd, omdat deze revolutie altijd als een overwinning van de mens op het irrationele wordt beschouwd. Hoewel de context van deze emancipatie er een was van een Westen dat moe was van het joodse christendom, zonder enige verwijzing naar andere wereldreligies of culturen op dat moment, werd de tegenstelling tussen geloof en rede wijdverspreid in alle overtuigingen van de mensheid. Het is het fenomeen van het geloof zelf dat in twijfel werd getrokken, alsof de geringste religieuze gedachte niet meer was dan een uiting van de zwakte van de mens en zijn angst voor het onbekende.
De vraag is of deze ‘revolutionaire’ gedachte niet te radicaal of zelfs extremistisch was in haar conclusies, op het punt van het opwerpen van barrières tegen elke vorm van denken, vanaf het moment dat dit religieus is of zelfs alleen maar metafysisch. Dit is zeker een fundamentele vraag, omdat deze betrekking heeft op de zin van het bestaan, het leven.
Aan het begin van een nieuw millennium werd de hele wereld geconfronteerd met vele crises: ecologisch, sociaal, politiek, economisch, ethisch… daar is iedereen het over eens. Wetenschap en techniek zijn echter het domein van een werkelijk duizelingwekkende evolutie. De paradox tussen de wetenschap en technische kennis enerzijds en de kortzichtigheid van een systeem dat dit negeert aan de andere kant wordt steeds meer uitgesproken.
De vraag ‘Waar gaan we heen?’ komt sterker terug en zet de hectische omvorming van een maatschappij in een perspectief, die elke dag mondialer wordt, samengesteld uit gedesoriënteerde individuen. De evolutie is niet langer gecontroleerd, daar deze slechts geleid wordt door technologische ontdekkingen, zonder enige aandacht voor sociaaleconomische, sociale en psychologische factoren… in één woord: alles wat menselijk is.
Tegelijkertijd, en om andere redenen, is de vraag naar God weer actueel. In principe werd de wetenschappelijke gemeenschap meer dan ooit geconfronteerd met een buitengewone ordening van het universum, het leven, de mens… Wij weten nu op wetenschappelijke wijze dat het universum vanaf het begin heel nauwkeurig is opgebouwd volgens bepaalde randvoorwaarden, zodat wij zouden kunnen bestaan en het begrijpen.
De vraag met betrekking tot een Scheppend Beginsel, van een Eerste Oorzaak, intelligent en helder, wordt nu wetenschappelijk gesteld. Een reflexieve overweging hiervan heeft echter ernstige gevolgen. Dit kan een tweede ware culturele revolutie betekenen, waarbij meer dan twee eeuwen oude postulaten weer in twijfel worden getrokken.
Ik zal enkele wetenschappelijke theorieën en hun filosofische betekenis samenvatten, evenals enkele feiten die inmiddels wetenschappelijk zijn vastgesteld met hun logische consequentie voor ons begrip van de wereld. Hierdoor wil ik laten zien dat het geheel van ons universum moslim is: vredig-onderdanig aan God, en dat hij getuigt dat hij gemaakt en gearrangeerd is door de Enige God, zonder gelijken. Iedereen kan de authenticiteit van elk feit dat ik noem controleren. Ik ontvouw mijn betoog door meerdere werken en illustere wetenschappelijke ontdekkingen te citeren. De theïstische wetenschappers zullen de hele wereld eraan blijven herinneren dat deze wetenschappelijke bevindingen allemaal zorgen voor een getuigenis van het bestaan van een Scheppend Beginsel en een Beschikker die wij, gelovigen, God noemen. Het is deze oproep die ik op mijn beurt zal proberen over te brengen.
‘Zegt: ‘Heeft u gezien dat hij [de Korân] bij God vandaan kwam! Vervolgens heeft u deze verworpen? Wie is er meer afgedwaald dan wie in een verregaande twijfel verkeerd?’ 52 Wij zullen hen Onze Tekenen Tonen in de horizonten en in hun wezen, totdat het hen duidelijk zal zijn dat hij echt de waarheid is; of is het nog niet voldoende dat Hij, Uw Heer, zekerlijk over alle dingen Getuige is? 53 Zijn zij niet zeker van de Ontmoeting met Hun Heer? Is het geen volstrekte zekerheid dat Hij alle dingen omvat? 54′[1]
Europa leefde eeuwenlang onder het juk van het eenzijdige denken en de Inquisitie werd in Spanje pas in 1834 definitief afgeschaft. Het verwoorden van een nieuw idee of een mening uitspreken die in tegenspraak was met de heersende godsdienst stelde de auteurs daarvan bloot aan de ergste vervolgingen en leidde vaak tot de dood. Na zeven eeuwen van Moslimaanwezigheid in Spanje en vier op Sicilië bleef er geen enkele autochtone moslim in deze plaatsen, zodat er aan het begin van de twintigste eeuw uitsluitend een christelijke bevolking en een joodse minderheid (die het overleefd had) in Europa overbleef. En opnieuw werd een groot deel van hen bijna volledig uitgeroeid tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nergens anders op de planeet en in geen enkele andere beschaving kwam het tot deze mate van onderdrukking van het verschil en de vrijheid van denken en geloof. In China, India, het Midden-Oosten, Afrika en elders blijven verschillende etnische en religieuze gemeenschappen naast elkaar bestaan. In de achttiende eeuw wilden de Noord-Amerikanen, meer nog dan zich onttrekken aan de economische en politieke greep van de Britse kroon, zich ontdoen van een seculier systeem dat hen en hun vrijheden onderdrukte.
De moderne filosofie en wetenschap debuteerden in Europa met onder andere Galilei (1564-1642), Johannes Kepler (1571-1630), René Descartes (1596-1650), Blaise Pascal (1623-1662), Isaac Newton (1643-1727), Edmund Halley (1656-1743), David Hume (1711-1776), Emanuel Kant (1724-1804), Antoine Lavoisier (1743-1794), Friedrich Hegel (1770-1831), Carl Gauss (1777-1855), Charles Darwin (1809-1882), Karl Marx (1818-1883), Louis Pasteur (1822-1895)… In hun kielzog begon de Europese intelligentsia van de achttiende en negentiende eeuw politiek-sociale hervormingen te eisen, waarna een beroep gedaan werd op de ‘wetenschappelijke’ kennis van die tijd, om een obscuur en benauwend kerkelijk systeem tegen te gaan.
Deze elites, die geen ander concept van God hadden dan via het christendom of het jodendom, dachten dat als de Bijbel doorspekt was met wetenschappelijke onjuistheden, deze ontrafeld en ontheiligd werd, en het principe van het bestaan van God zou verdwijnen. Velen geloofden dat het universum met zijn hemelse mechanica niet groter was dan de Melkweg, dat deze eeuwig en onveranderlijk was, dat deze altijd had bestaan en altijd zou blijven bestaan. Wat het leven betreft dacht men dat dit spontaan zou kunnen ontstaan uit dode materie, onder invloed van fysisch-chemische factoren. Voor velen vormde dit alles het Universum en was dit het product van toeval.
Het begin van de wetenschap die nog in de kinderschoenen staat, toegevoegd aan de eeuwenlange kerkvervolging in Europa, zal een terugslag krijgen die duurt tot de eenentwintigste eeuw. Het is door de evolutietheorie van Darwin, de dialectiek van Hegel en het dialectisch materialisme van Marx dat het atheïsme de vorm van een ideologisch systeem aanneemt. Nu, en sinds meer dan honderd jaar, naar verluid onder het mom van de wetenschap, heeft het atheïsme een methode gevonden om de mensheid zijn wereldbeeld op te dringen door opleiding, media en alle andere manieren van communicatie en informatieverstrekking. Het is een feit dat de atheïstische hersenspoeling vandaag de dag zo hevig is dat de meerderheid van de mensen denken dat geloof en wetenschap elkaar tegenspreken. Consumeren, het verwerven van materiële zaken, drinken, eten, plezier maken, zich ontspannen; dit zijn de kernwaarden van het menselijk leven geworden. Het nadenken over de schepping van hemel en aarde, en het ‘waarom ik ben, leef en sterf’, dit alles is op de tweede plaats gekomen en voor sommigen zelfs abnormaal geworden.
Weinig mensen weten vandaag de dag dat het grootste deel van de wetenschappers uit onze tijd gelovig is, en dat veel van hen voorheen atheïst waren. Er wordt bewust voor gekozen om dat niet naar buiten te brengen. Het moet eveneens gezegd worden dat enkele van deze wetenschappers de voorkeur geven om discreet te blijven uit angst voor hun carrière. Inderdaad heeft het atheïstische establishment die van de Kerk vervangen, en trekt dat momenteel dan ook aan de touwtjes. Wee degenen die hem ondervragen, zij zijn ‘geëxcommuniceerd’, belasterd, gedenigreerd en gemuilkorfd wanneer dat maar mogelijk is.
Toch bestaat God en wetenschappelijke ontdekkingen op alle gebieden bewijzen dat elke dag. Sterker nog, heden kunnen we meer dan ooit bevestigen dat de bewijzen voor het bestaan van God wetenschappelijk onweerlegbaar zijn. In feite is de moderne wetenschap veel beter voor het theïsme dan voor het atheïsme. Ik zeg hiermee dat het goed is voor het theïsme dat het bestaan van een unieke, levende en persoonlijke God blijft erkennen als transcendente oorzaak van de wereld. Maar dit alles onthouden wij ook, heel bewust, aan het grote publiek, behalve dan flarden ervan.
Aan het einde van de negentiende eeuw en tijdens het eerste deel van de twintigste eeuw dachten velen dat het Universum eeuwig en onveranderlijk was. Dit kosmologische model heet de steady-statetheorie. Ondanks alle inspanningen en de felheid van theoretici voor het verbeteren en handhaven van deze theorie, doordat hierdoor wordt geïmpliceerd dat het Universum altijd bestaan heeft, en er dus geen schepper nodig is. Vele ontdekkingen, waaronder de blackbodyvorm[2] van de kosmologische achtergrondstraling[3], hebben de onvolledigheid van dit model duidelijk gemaakt. Sommige volharden in de overtuiging dat het heelal een immens gesloten systeem is dat alle energie en materie omvat. Zij bouwen deze gedachte verder uit met de eerste richtlijn van de thermodynamica, waarbij geldt dat energie en materie niet kan worden geschapen of vernietigd, maar alleen kan worden omgezet.
Maar dit argument is er eigenlijk geen, tenzij we de tweede wet van thermodynamica negeren, volgens welke door de tijd het volledige geïsoleerde systeem zichzelf onvermijdelijk en onomkeerbaar ontwricht. Dus hoe komt het dan dat het Universum zich niet in een staat van chaos en thermodynamische wanorde bevindt? Het antwoord is dat het Universum heeft moeten beginnen in een zeer zwakke staat van entropie, op een exact tijdstip in het verleden, en vervolgens is de thermodynamische controle in werking gegaan. Dit wil zeggen dat het eerste principe van de thermodynamica, indien bevestigd, alleen van toepassing is sinds de schepping van het Universum, tijdens het bestaan ervan en niet vanaf de oorsprong.
‘Hebben degenen die ongelovig zijn dan niet gezien dat de hemelen en de aarde zekerlijk vast waren? Wij hebben die toen vaneen gescheiden en Wij hebben al het levende van water Gevormd; zijn zij hiervan dan niet verzekerd (geloven zij niet)?’ 30 [4]; ‘En de hemel hebben Wij gebouwd met de hand en Wij Doen deze zekerlijk groot worden.’ 47 [5];Daarna Wendde Hij zich tot de Hemel die als rook was, en Hij zeide tot de hemel en tot de aarde: ‘Komt, hetzij gewillig of onwillig’; en zij zeiden: ‘Wij zijn gewillig gekomen’ 11 [6]; ‘De zon zal de maan niet kunnen bereiken, en de nacht zal de dag niet kunnen inhalen, zij bevinden zich allen in een baan.’ 40 [7]
Vandaag de dag erkent de overgrote meerderheid van de wetenschappers dat het Universum een begin heeft gehad, en dat daarvoor geen tijd, ruimte, materie, energie of wat dan ook bestond; er was ‘niets’. Plotseling was daar dan het Universum, het verscheen en evolueerde. Sommigen brengen de kwantummechanica naar voren om aan te geven dat er in het begin energie was, dat er deeltjes waren… en dat alles, met inbegrip van informatie, hieruit voortgebracht is. Wanneer de kwantummechanica ons leert dat een deeltje kan ontstaan uit niets, dan noemen we dat ‘kwantumvacuümschommelingen’, deze fluctuaties treden op vanuit de wetten van de kwantummechanica; deze hebben dan bestaan voor er fluctuaties waren.
De wetten van de kwantummechanica bevatten informatie over de vorming van een deeltje, van zijn omzetting in een andere of van zijn vernietiging. De energie en de deeltjes zijn niet de bron van de informatie, het tegendeel is waar. Het Universum is begonnen met de informatie, de wetten van de fysica, de energie en de deeltjes… Anderen concluderen[8] op haastige en ruwe wijze dat het Universum verschenen is dankzij de fysicawetten. Door het feit dat de wet van de zwaartekracht bestaat, kon het Universum zichzelf creëren vanuit niets.
Sterker nog, als informatie de basis is van alles[9], zou dat betekenen dat het cijfer 1 niets oplevert. De wiskundige wet dat 1 +1 = 2 maakt duidelijk dat, als ik 1 boek toevoeg aan 1 boek, het resultaat is dat ik 2 boeken heb, maar als ik geen 2 boeken verzamel, wil dat niet zeggen dat de wiskundige wet dat zelf zal doen. Wiskundige wetten maken het mogelijk om natuurlijke verschijnselen te verklaren en ze te kunnen voorspellen, maar ze veroorzaken deze niet. Dus creëert de wet van de zwaartekracht, die niet eens in staat is om zwaartekracht te verklaren, niet de zwaartekracht als zodanig. Natuurlijk schept het dan zeker niet het Universum.
De fysicawetten maken niets uit zichzelf, zij tonen de relaties aan tussen feiten die eens werden geïntroduceerd door een oorzaak. Een auto bestaat en rijdt op een weg met dank aan de fysicawetten, maar deze hebben noch de auto, noch de weg gemaakt. De fysicawetten zijn ontworpen door een intelligente en heldere wil, net als de auto en de weg. En er is een intelligente en heldere wil nodig voor het begrijpen, het starten en het op de juiste manier besturen van een auto. Dit geldt ook voor het bepalen van de vergelijkingen en het aansturen van en leiden naar de vorming en ontwikkeling van de wereld.
Sinds de ontdekking van een twintigtal fundamentele getallen in de atoomfysica tonen de observaties in de astronomie en de kwantumfysica ons dat het Universum beschikt over een zo complexe ordening dat het ons doet duizelen. Deze getallen, kosmologische constanten, beschrijven ons de fundamentele parameters, evenals de eigenschappen van ons Universum. Wij zijn erin geslaagd om de waarden van elk van deze fundamentele getallen te bepalen, zoals de zwaartekracht, de sterkte van het elektromagnetische veld… Deze waarden zijn evenwichtig, aangepast en tot in de puntjes gedetailleerd.
Vandaag de dag is het duidelijk vastgesteld dat de wetten van de fysica zeer specifiek, aangepast en precies moeten zijn om de evolutie van het Universum en het ontstaan van leven mogelijk te maken. Het is onmogelijk om de extreme precisie van de keuze van de oorspronkelijke vergelijkingen voor het bestaan van het Universum te verbeteren. Het is evident dat een intelligente en heldere wil toezicht heeft gehouden op alle aanpassingen. De precisie die nodig is voor de aanpassing van het Universum aan het eind van het Planck-tijdperk tot een dichtheid van 10-60, is vergelijkbaar met een boogschutter die een doel moet treffen van 1 cm2, aan de rand van het Universum op een afstand van ongeveer 14 miljard lichtjaar[10].
‘En het geschrift zal Gesteld worden, en gij zult de zondaren verontrust zien zijn over wat daarin is en zij zeggen: “Wee ons! Wat is dit geschrift, dat niets kleins en niets groots onvermeld laat?’ En zij hebben gevonden wat zij gedaan hebben;  En Uw Heer doet niemand onrecht’ 49 [11]; ‘Zekerlijk Wij, Wij Maken de doden weer Levend en Wij Schrijven op wat zij gedaan hebben en wat zij nalaten; en alle ding hebben Wij Opgesomd, in een duidelijk Geschrift’ 12 [12]; ‘Opdat hij zou weten dat zij de Boodschappen van Hun Heer hebben doen slagen; en dat Hij alles Omvat wat bij hen is, en Telt alle zaken bij hun getal’ 28 [13]; En alle ding hebben Wij opgesomd in een Geschrift’ 29 [14]; ‘Zekerlijk, Hij heeft hen reeds Opgesomd en hen nauwkeurig Geteld’ 94 [15]
‘De zon en de maan door berekening’ 5 [16]; de zon staat op bijna 150 miljoen kilometer van de aarde, de maan op ongeveer 400.000 kilometer. De maan, 400 keer dichterbij en 400 keer kleiner dan de zon is briljant gepositioneerd en van een dergelijke omvang dat deze de zon volledig kan bedekken bij een complete zonsverduistering. Deze verhoudingen doen het voor onze ogen lijken dat beide cirkels, zon en maan, dezelfde grootte hebben.
Denken dat het opeenvolgende toevalstreffers zijn die de oorsprong zijn van het bestaan van het Universum en van onszelf is hetzelfde als geloven dat wij de loterij systematisch met elke trekking kunnen winnen, elke seconde, 24 uur na 24 uur, zonder onderbreking, gedurende veertien miljard jaar. Niet in staat om deze zeer nauwkeurige aanpassingen van de fysicawetten te verklaren door het simpele feit van het toeval brengen sommige mensen de snaartheorie naar voren, of het idee dat er meerdere of zelfs oneindig veel Universums zijn, waaronder het onze, elk van deze met zijn eigen wetten, wat zorgt voor een waarschijnlijkheid dat minimaal één van deze werelden noodzakelijkerwijs goed aangepast is. Wel, wij zitten daarop, ‘zoals gewoonlijk’ toevallig.
Als wij niet kunnen bevestigen dat deze ‘pluriversum’ of ‘multiversum’ niet bestaan, dan kunnen we het tegendeel nog minder bewijzen. In principe is er geen enkel wetenschappelijk bewijs van hun bestaan, niet door theorie, en al helemaal niet door observatie, dit is absoluut onmogelijk. Bovendien doet de hypothese, wanneer deze het kansengebied vergroot, niets af aan de kwestie van het vaststellen van een Scheppend Beginsel en Beschikker die op zijn beurt elke dag wordt bewezen door de verzamelde wetenschappelijke observaties op alle gebieden, van macroscopisch tot microscopisch. De snaartheorie en/of het multiversum, meerdere dimensies, meerdere Universums, vermindert niet de kwantiteit, noch de kwaliteit van de kansen van het bestaan van dit Eerste Principe.
Meerdere fysische omstandigheden moesten worden geschapen om leven in een Universum mogelijk te maken. Als er maar één ding daarvan anders was geweest, dan zou het leven zoals wij dat kennen niet zijn ontstaan. Zo zou er bijvoorbeeld zonder onder andere de aanwezigheid van koolstof geen leven zijn. Deze stof wordt gemaakt in de nucleaire ovens van de sterren volgens een zeer fijn afgestemd proces. Zoiets is alleen mogelijk door het fenomeen van resonantie, een versterkend effect dat het proces efficiënter maakt en de hoeveelheid koolstof groter. Als deze wetten oneindig zouden variëren, dan zou er geen resonantie zijn, of op de verkeerde plaats. Dit is, nogmaals, een extreme en hachelijke aanpassing.
We kunnen zeggen dat het Universum over een universele taal beschikt die bestaat uit wiskundige instructies die de basis vormen van de fysicawetten en van alles wat bestaat in dit Universum. Alles wat wij kunnen kennen en zien van deze wereld gaat door middel van de beheersing van deze taal, waarin alles wordt uitgedrukt. Bestudeer de hemel, de aarde, de mens, de mier, het molecuul, het atoom of wat dan ook en u zult de transcriptie van deze taal zien. Het is het zegel van de Schepper van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is.
‘Ziet gij dan niet dat alles zekerlijk God aanbidt, wie in de hemelen is en wie op de aarde is, en de zon en de maan en de sterren, en de bergen, en de bomen en de dieren en vele mensen? En velen zullen straf over zich afroepen, en wie God Vernedert, zal door niemand vereerd worden; voorwaar, God Doet wat Hij Wil.’ 18 [17]; ‘En Bij Hem zijn de sleutels van het verborgene, slechts Gekend door Hem; en Hij Weet wat is op de aarde en in de wateren; en er valt geen blad waarvan Hij niet Weet; en zelfs geen graankorrel in de duisternis van de aarde, niets vochtigs en niets droogs is er dat niet in het duidelijke Geschrift is opgenomen.’ 59 [18]
Ook de bomen, planten, bladeren, bloemen en kleuren bevestigen de natuurwetten. Laten we weer eens kijken naar een voorbeeld dat vaak wordt aangehaald, de reeks van Fibonacci die wordt bereikt door opeenvolgende cijfers op te tellen: 0 + 1 = 1, 1 + 1 = 2, 1 + 2 = 3, 2 + 3 = 5, 3 + 5 = 8, 5 + 8 = 13, 8 + 13 = 21, 13 + 21 = 34, 21 + 34 = 55, 34 + 55 = 89… Dit is een wiskundige wet. En deze reeks komt praktisch overal voor in de natuur. Zo zijn de bladeren van de eik op 2/5e afstand van de stam geplaatst ten opzichte van de andere bladen, bij de beuk is dit op 1/3e en bij de iep zijn de takken en de bladeren in een verhouding van ½ rond de stam geplaatst. De bloembladeren van het madeliefje zijn ook volgens deze wiskundige wet geplaatst. Om een lijst te maken van alle zaken die overeenkomen met deze wet, zouden er honderden bladzijden nodig zijn. Welk onderwerp we ook kiezen, we kunnen altijd duidelijk zien dat er een ontwerpplan aan ten grondslag ligt, gebaseerd op wiskundige structuren waardoor alles zich volmaakt ontwikkelt, volgens bedoeling vanaf het begin van de schepping. Alles en ieder wezen, groot of klein, is onderworpen aan dit ontwerp en aan de Ene die aan de basis hiervan staat.
‘En Uw God Is Een Enig God, er is geen God dan Hij, de Oorsprong, de Beschikker 163 Zekerlijk, in de schepping van de hemelen en de aarde, het onderscheiden van de nacht en de dag, en het schip dat op de zeeën vaart met wat tot nut is voor de mensen, en dat God water heeft doen Neerdalen uit de hemel, en de verandering van winden en wolken, voortgedreven tussen hemel en aarde; zekerlijk zijn dit tekenen voor een gemeenschap [van hen] die nadenken’ 164 [19]; ‘Heeft u niet gezien dat God zekerlijk een water uit de hemel heeft doen Neerdalen, daardoor Brengen wij vruchten voort in verschillende kleuren; de bergen, in witte en rode lagen, verschillend van kleur, en ook donker zwart 27 En de mensen, de dieren en het vee, zijn zij niet verschillend van kleur? Zijn Dienaren die weten, vrezen God; zekerlijk, God is Groot en Vergevingsgezind’ 28 [20]
Het DNA-molecuul wordt gevormd door twee strengen die in een spiraal zijn verbonden. Alle informatie, alle fysische en psychische details van een levend wezen zijn gecodeerd in genen, deeltjes van de dubbele helix zijn opgevouwen in de chromosomen, binnenin de celkern. De strengen van het DNA zijn gemaakt van kettingen van nucleotiden, samengesteld uit drie elementen, een suiker (desoxyribose), een fosfaatgroep en een stikstofbase.
De genetische informatie is opgeslagen in paren van in totaal vier nucleotiden, die door de wijze waarop deze zijn gerangschikt de database kan worden genoemd voor alle informatie van een levend wezen (genomen). Vergelijkbaar met een morsecode die uit drie verschillende elementen bestaat (punt, streep en spatie) die letters vormen die op hun beurt woorden vormen die weer zinnen vormen. De vier basiselementen in de samenstelling van de DNA-combinatie resulteren in de vorming van 24 aminozuren, waarvan weer honderdduizend proteïnes… Het is gewoon een taal die biologen beginnen te ontcijferen. De exacte informatie die DNA bevat kan niet bij toeval zijn ontstaan. Waar komt informatie vandaan die vastgelegd is in een krant, een boek, een cd-rom of een harddisk?
Het menselijk lichaam bevat meer dan vijftigduizend miljard cellen, elke cel werkt alleen en samen met anderen, zonder ophouden, dag en nacht, 24/7. Elke cel, met een grootte van ongeveer 1/100ste millimeter, bevat drie miljard nucleotiden op ongeveer twee meter compacte DNA. De cel heeft een kern waarin de genen zich bevinden, de genomen, met informatie waardoor instructies gegeven worden aan de cel zelf, de organen en het hele lichaam om te kunnen functioneren. Er bestaat dus een handleiding met exacte informatie en instructies in de genomen van iedere celkern, welke overeenkomt met ongeveer 950 boeken van 500 pagina’s. Dit betreft zowel informatie als instructies. Dit moet daarom wel zijn gemaakt door een bewuste en intelligente wil, zoals een computerprogramma wordt geschreven door een programmeur. Toeval? Het weer? Evolutie? Als u willekeuring een miljard jaar inkt op een blanco bladzijde gooit zal er nooit een letter, een woord, een zin of een paragraaf gerealiseerd worden, laat staan een handleiding en instructies die zo precies zijn als in een cel.
De organisatie en werking van het lichaam en elke cel zijn gecompliceerder en efficiënter dan de organisatie en werking van welke metropool dan ook op onze planeet. Bovendien moet u zich voorstellen dat deze metropool zich vrijwel identiek repliceert, elke dag, in slechts enkele uren. Dit is het geval met een cel. Vandaag de dag, met al onze moderne geavanceerde technieken slagen we er niet in om een enkel onderdeel van een echt werkende cel te maken. Iedere cel heeft een membraan, met toegangswegen die worden afgeschermd door proteïnes en specifieke enzymen. Deze wachters zorgen ervoor dat alleen bepaalde chemische stoffen de cel in kunnen. De cellen hebben speciale transportwegen en transportmiddelen met een navigatiesysteem, zodat stoffen die toegang krijgen, worden vervoerd naar een specifieke bestemming. Elke cel bevat ook zogenaamde mitochondriën die energie moeten leveren aan de cel. In iedere cel zijn er gebieden waar proteïnes worden gemaakt, de ribosomen. De proteïnes die zijn gemaakt worden zo verpakt dat er geen storingen kunnen ontstaan tijdens het transport. Als ze aankomen, worden ze gelost door speciale chemische eenheden. In iedere cel, behalve de rode bloedcellen, zijn er bolvormige structuren met als functie het verwerken en verteren van afval van de cellen… Wat is de oorsprong van deze schepping en deze ordening?
‘O, gij mensen! Een voorbeeld wordt Toegepast, luistert ernaar: Zekerlijk, degenen die u aanroept naast God scheppen nog geen vlieg en [zelfs] als zij hiervoor samenkwamen, en als de vlieg hen iets ontneemt, dan kunnen zij het niet van hem terugnemen; verzwakt is de eiser en het geëiste 73 Zij weten God niet op Zijn Ware Waarde te schatten; voorwaar, God Is Zekerlijk Sterk, Machtig’ 74 [21]
Wetenschappers[22] hebben de kans berekend dat bij toeval een korte proteïne zou kunnen ontstaan die functioneert met een lengte van 149 aminozuren. De kans op een reeks van aminozuren die werkzaam zijn, is 1 op de 1074. Dat is nog niet alles, want om een proteïne te maken moeten de aminozuren verbonden worden met peptiden. Een enkele verbinding lukt ongeveer de helft van de keren. Dus is de kans dat er 149 of 150 goede verbindingen tot stand komen is 1 op 1045. En dan is het nog niet klaar. Een aminozuur kan links- of rechtsdraaiend zijn. Om een werkzame proteïne te maken kunnen er alleen linksdraaiende aminozuren worden gebruikt. Dus is de kans nog steeds maar 50% om de juiste reeks van 150 te vormen, dus weer 1 op 1045. De totale kans is opgeteld: 1074 × 1045 × 1045 = 1 op 10164. Om aan te geven hoe groot dat getal is, moet je beseffen dat er 1016 seconden zijn verstreken sinds het ontstaan van het Universum, dat er in het Universum in totaal 1080 atomen zijn en dat er sinds het ontstaan van het Universum 10139 ‘gebeurtenissen’ zijn geweest.
‘Lees in de Naam van Uw Heer, Hij Die Gemaakt heeft 1 Schiep de mens uit een bloedklomp 2 Lees, en Uw Meester is de Meest Overvloedige 3 »[23]; ‘En zekerlijk hebben Wij de mens Gemaakt uit een kleiwinning 12 Daarna hebben Wij hem Gemaakt tot een druppel in een veilige plaats 13 Daarna Maakten Wij van de druppel een bloedklomp en deze Maakten Wij tot een vleesklomp, waarna Wij de beenderen hebben Gevormd, en Wij hebben de beenderen bekleed met vlees, daarmee Schiepen wij een ander schepsel; Gezegend Zij God, De Uitnemendste der scheppers 14 En zekerlijk na datgene zult gij sterven 15 En zekerlijk op de dag der herstel (opstanding) zult gij Opgewekt worden 16 [24]
Zolang men dacht dat de cel een basiseenheid was, eenvoudig en niet ingewikkeld of efficiënt, kon men zich een voorstelling maken van een onvrijwillige en spontane ontwikkeling van het eencellige organisme naar complexere meercellige organismen. Tegenwoordig wordt echter de complexiteit en efficiëntie van een enkele cel steeds duidelijker, iedere dag weer. Zelfs een eencellig levend organisme is begiftigd met buitengewoon complexe mogelijkheden. Het materiaal dat wordt gebruikt om een deur te maken, een venster, een stoel, een tafel of een kast kan hetzelfde zijn. Maar het ontwerp, het doel en de uitvoering zijn verschillend, net als het resultaat. De mens onderscheidt zich door een intelligentie zonder enige vergelijking met al het andere leven op aarde. Of er nu overeenkomsten zijn met een aap, een vlieg of  een regenworm, dat doet geen afbreuk aan de specifieke en exclusieve specificiteit. Het is in geen geval het gevolg van toeval of een eenvoudige evolutie. Als er evolutie is, voor alles en alle levende dingen, dan evolueert de theorie van de evolutie, zoals we die hebben ingeprent gekregen en moet die zeker herzien, gecorrigeerd en geactualiseerd worden.
Alles dat is begonnen of begint te bestaan heeft een oorzaak, we hebben gezien dat ons Universum een begin heeft gehad, en God de Eerste Oorzaak is. Hij schiep het en bepaalde alle voorwaarden van het bestaan en de werkelijkheid ervan. Maar wat is de oorzaak van deze zaak? Om de oorzaak van een feit te erkennen ben ik niet verplicht om de oorzaak van deze zaak te vinden. Bijvoorbeeld, om te erkennen dat het brood wordt gemaakt door de bakker hoef ik niet te weten waar de bakker vandaan komt. Andersom hoef ik niet te erkennen dat het brood wordt gemaakt door de bakker, totdat ik weet waar de bakker vandaan komt. Dus is die vraag legitiem in een universum waar alles wordt veroorzaakt door iets. Laten we niet vergeten dat vóór de schepping van het Universum, ruimte, tijd, materie, enz. niet bestond. In de eerste plaats, ‘als’ er niets was van het universum dat we kennen, is de Eerste Oorzaak niet onderworpen aan de materie, ruimtetijd of iets anders. Het vloeit voort uit niets anders dan uit Zichzelf, want er is niets anders dan Alles, Ze heeft geen oorzaak dan Zichzelf, Zij bestaat uit Zichzelf, Ze blijft bestaan door Zichzelf, Ze is zelfvoorzienend. Het eerste principe is de Ultieme-Absolute-Realiteit, God de Almachtige, de Alwetende, de Eeuwige, de zonder-begin-zonder-einde.
Alle profeten en gezanten van God hebben wonderen verricht waarvan hun volkeren getuige waren. Mozes opende de zee met zijn staf, zijn volk was getuige, hij was hiervoor Gezonden. Jezus genas de melaatsen en de blinden, zijn mensen waren getuige van hem, Hij werd hiervoor Gezonden. Maar wij hebben deze wonderen  niet gezien, dus we hebben geen formeel bewijs ervan. Het wonder van Mohammad is de Korân, dat was gisteren duidelijk, is het vandaag nog en zal het morgen ook zijn. Alle religies presenteren hun heilige teksten als waarheidsgetrouw en dus wonderbaarlijk. Maar geen heilig boek op aarde is een wonder op zich dan de Korân:
‘Zegt: “Zekerlijk, indien de mensen en de djinns [25] (al-jinn, الجنّ) zich zouden verenigen om iets uiteen te zetten dat vergelijkbaar is met deze Korân (met bazuingeschal), zij zouden het gelijke niet uiteen kunnen zetten, en [zelfs] als een deel van hen het andere deel zou steunen” 88 En zekerlijk Wij hebben ieder voorbeeld reeds Aangepast voor de mensen in deze Korân (met bazuingeschal), maar de meeste mensen volharden [nergens in dan] in laster’ 89 [26]; ‘’Wanneer we deze Korân (met bazuingeschal) hebben doen Neerdalen op een berg, dan had u deze zekerlijk zien eerbiedigen, gespleten door de vreze Gods; en deze voorbeelden Passen Wij toe voor de mensen; misschien zullen zij erover nadenken! 21 Hij is God! Hij, er is geen God dan Hij, de Wetende van het onzienlijke en van het zienlijke, Hij Is de Oorsprong, de Beschikker 22 Hij is God! Hij, er is geen God dan Hij, De Bezitter, De Alheilige, De Vrede, De Schenker van zekerheid, De Almachtige, De Aanzienlijke, De Grootste; Glorie aan God! Overstijgend wat zij Hem toekennen 23 Hij Is God! De Schepper, De Maker, De Vormgever; voor Hem zijn de meest Uitnemende Namen; glorie voro Hem die in de hemelen en op de aarde is; en Hij is De Almachtige, De Oordeler’ 24[27]
De Islâm is de laatste geopenbaarde religie, bestemd voor de hele mensheid, gisteren, vandaag en morgen. Deze religie is gebaseerd op een bewuste   getuigenis in twee delen: Ik getuig dat er geen god dan God, De Enige, zonder gelijken, is, en ik getuig dat Mohammad Zijn Dienaar is en Zijn Profeet.
Als je een huis binnengaat, maak je onderscheid tussen de muren gebouwd door de metselaar, de deuren en ramen gemaakt door de schrijnwerker, de elektrische bedrading gemonteerd door de elektricien en de buizen geïnstalleerd door de loodgieter. Het Universum echter toont ons een absolute uniekheid, van de kwantummaat tot de astronomische maat, van wetten voor energie, materie, een deeltje, een atoom, een molecuul, een cel, een planeet, een ster, de Melkweg … Het Universum is een samenhangend en harmonieus geheel, het product van een enkele Schepper en Ordenend Principe. Het getuigt dat er geen god is dan God, De Ene, zonder gelijke. En het getuigt ook dat Mohammad de boodschapper van God is.
Sterker nog, we hebben gezien dat het hele Universum en alles dat het bevat en dat er is, klein en groot, moslim is, namelijk onderworpen aan God door Zijn wetten. De moderne wetenschap is begonnen met ‘Er is geen god’ en voltooit en bevestigt nu het eerste gedeelte van de getuigenis : ‘Er is geen god dan God, De Ene, zonder gelijke’. Ten slotte bewijst ze ook het tweede gedeelte van het getuigenis, dat alles is in de hemel en op aarde moslim is, onderdanig aan en in vrede met God.
‘God heeft Getuigd, en de engelen (bezitters) en zij die bekroond zijn met wijsheid, dat er zekerlijk geen God is dan Hij, sterk in gerechtigheid; er is geen God dan Hij, de Almachtige, de Alwetende 18 Zeker het geloof (de religie) In God is de Vrede (de Islâm); en degenen aan wie het geschrift Overgebracht is verschilden van elkaar, nadat de kennis tot hen was gekomen, en er kwam kruiperij onder hen; en hij die de Tekenen van God veracht, God zal zekerlijk snel om rekenschap vragen’ 19 [28]; ‘Zoeken zij dan een ander Geloof (Religie) in God? En voor Hem komt tot vrede (onderwerpt) wie dan ook in de hemelen en op de aarde, vrijwillig en onder dwang; en naar Hem zijn zij teruggebracht 83 Zegt: ‘Wij zijn verzekerd (geloven) door God en wat tot ons Neergezonden is, en wat is Neergezonden tot Abraham en Ismaël en Izaak en Jakob en hun geslachten, en wat werd Overgebracht op Mozes en Jezus en de waarschuwers (profeten), van Hun Heer; wij maken geen onderscheid tussen hem en wij zijn voor Hem tot vrede gebracht (moslims)” 84 En wie zoekt naar een ander geloof (religie) dan de Vrede (de Islâm), zal niet worden bevorderd (aangenomen) en behoort in het laatste [het hiernamaals] tot de verliezers’ 85 [29]; ‘En degene die God Wil Leiden, Hij Opent zijn borst voor de Vrede (De Islâm); en wie Hij Wil doen Dwalen, Hij Maakt zijn borst nauw gesloten alsof hij moeizaam naar de hemel opklimt, zo Legt God hen die niet verzekerd zijn (geloven) een onmatigheid op.’ 125 [30]
Deze uiteenzetting vormt maar een druppel water in de immense oceaan van bewijzen van het bestaan van God. Iedereen kan er zeker van zijn, een leven lang zou niet genoeg zijn om een lijst te maken van deze ontelbare en kolossale bewijzen. In onze tijd is het bestaan van God is niet langer een raadsel, een deductie, een intuïtie, laat staan een blind vertrouwen. Het geloof komt voort uit de objectieve kennis van de feiten die het gevolg zijn van de realiteit van onze wereld. Het is vredig, sereen en volledig en is niet onderhevig aan stemmingswisselingen en toevallige gebeurtenissen. Het lokt geen passie, fanatisme, haat, rebellie en geweld uit. Het is vrede die De Vrede predikt.

 

 

[1] Hoofdstuk 41, vers 52-54.

[2] Wiens elektromagnetische spook uitsluitend afhangt van de temperatuur.

[3] elektromagnetische straling.

[4] Hoofdstuk 21, vers 30

[5] Hoofdstuk 51, vers 47

[6] Hoofdstuk 41, vers 11

[7] Hoofdstuk 36, vers 40

[8] Tot de meest bekende, Stephen Hawking.

[9]Zelfs op het niveau van kwantums kan er symmetrie worden gevonden. Daarom gedragen ketens van atomen zich als gitaarsnaren, maar dan op een nanoschaal. Het resultaat is dat er een serie tonen ontstaat die resoneren. Het vinden van de eerste twee noten bewees dat hier een volmaakte relatie tussen deze bestond, de verhouding tussen hun frequenties komt overeen met 1,618. Citaat Ian Affleck , Science, januari 2010, Nature, maart 2010.

[10] Trinh Xuan Thuan

[11] Hoofdstuk 18, vers 49

[12] Hoofdstuk 36, vers 12

[13] Hoofdstuk 72, vers 28

[14] Hoofdstuk 78, vers 29

[15] Hoofdstuk 19, vers 94

[16] Hoofdstuk 55, vers 5

[17] Hoofdstuk 22, vers 18

[18] Hoofdstuk 6, vers 59

[19] Hoofdstuk 2, vers 163-164

[20] Hoofdstuk 35, vers 27-28

[21] Hoofdstuk 22, vers 73-74

[22] Vgl. de werken van Stephen C. Meyer, Francis Crick, Stanley Miller, Leslie Orgel.

[23] Hoofdstuk 96, vers 1-3

[24] Hoofdstuk 23, vers 12-16

[25] De lexicale-semantische relatie valt niet te ontkennen, in beide talen, betreffende de volgende woorden: jahannam (جهنّم) / Gehanna (afgrond, hel, kwelling); al-jannah ([het paradijs], الجنّة) / Genesis (geboorte, vorming, ontstaan); al-jân ([de djinn], الجان) / het gen (ras, geslacht, soort); ajinnah ([embryo's], أجنّة) / genotypes (genetisch erfgoed) ; al-jinnah (الجنّة) / de transgenese (inplanting van genen); majnûn ([bezetene], مجنون) / transgeen (genetisch gemodificeerd). Allen hebben met elkaar gemeen dat zij verborgen zijn voor het gewone.

[26] Hoofdstuk 17, vers 88-89

[27] Hoofdstuk 59, vers 21-24

[28] Hoofdstuk 3, vers 18-19

[29] Hoofdstuk 3, vers 83-85

[30] Hoofdstuk 6, vers 125

 

Vereniging voor het Behoud en de Verspreiding van het Werk van Farid Gabteni